Geschiedenis

 

Een koude dag in december 1848; vijf studenten van de Technische Hogeschool Delft, zoals de Technische Universiteit toen nog heette, besloten een studenten salon orkest op te richten. Het Delftsch Studenten Salon Orkest "Qui Vive" was geboren. Binnen afzienbare tijd speelde het orkest overal in Europa. Hun speelstijl werd gehoord in Barcelona, Praag, Florence, Stockholm, maar ook op de schepen van de Holland-America lijn. Er wordt zelfs gefluisterd van een optreden op de legendarisch Titanic, maar velen zeggen dat zij toen op tournee waren in Wenen.

 

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, gingen de toenmalige orkestleden naar het front, om daar hun vaderlandse plicht te vervullen. Een oude viool, die smachtte om weer bespeeld te worden, werd achtergelaten in Delft…

 

Tragisch genoeg keerde slechts alleen de heldhaftige cellist terug van de oorlog, en besloot hij uit respect voor zijn gesneuvelde broeders niet meer te spelen.

 

Pas in het jaar 1981, op wederom een koude decemberdag, vond de heer Arne Theil een klein pakketje in de Apollokamer, waar sinds jaar en dag de muzen worden gestreeld met muzikale klanken. In dit pakketje zat de muziek die "Qui Vive" speelde, samen met de viool, die was achtergelaten voordat het orkest naar het front vertrok. Een klein muisje, peuzelend aan de viool, kon nog net op tijd wegkomen.

 

Een nummer, "Das Lied vom Scheiden" sprak zo tot de verbeelding met haar aanstekelijke melodie en romantische lieddicht, dat hij besloot om "Qui Vive" nieuw leven in te blazen.

 

"Qui Vive" speelt sindsdien weer altijd, op het leven zelf…